Afstand

Heb je ooit een kind moeten afstaan of heb je door andere omstandigheden afscheid moeten nemen van een kind op jonge leeftijd?

Afstand doen van een kind is één van de meest pijnlijke ervaringen die een ouder kan meemaken. Je blijft altijd aan je kind denken en je droomt ervan het ooit terug te zien. Toch gaan veel afstandsmoeders en andere ouders die hun kind missen, niet zo snel op zoek. Daar zijn veel redenen voor: je wilt niet zomaar het leven van je kind binnenvallen, je weet niet of je welkom bent –weet je kind eigenlijk wel wie je bent, wat er vroeger gebeurd is?

Veel onzekerheden dus en vaak spelen daarnaast ook schuldgevoelens en de angst voor afwijzing een grote rol.

Aanmelding bij het Contactregister is een goede stap: je geeft er mee te kennen open te staan voor contact als de ander dat ook wil. En je privacy is volledig gegarandeerd, niemand komt te weten dat je je hebt aangemeld bij het Contactregister. Zo werkt het dus ook als Nederlands Adoptieregister, iets dat in de meeste landen al lang bestaat, maar tot nu toe niet in Nederland. Nu is er een plek waar je je naam kunt neerleggen als teken dat je open staat voor contact als je kind naar je op zoek gaat. Zo geef je je kind het gevoel dat contact welkom is en dat je je kind niet hebt afgestaan omdat je er niets meer mee te maken wilde hebben.

Ook vaders die weten dat hun vriendin vroeger zwanger was en een kind kreeg maar die nooit contact met het kind hebben gehad, laten door hun aanmelding zien, dat ze bereid zijn het kind kennis te laten maken met hun biologische vader, iets dat veel kinderen nodig hebben voor het opbouwen van hun eigen identiteit.

Als je rondloopt met “unfinished business”, als je de vader van je kind wilt terugvinden, als je je kind wilt terugvinden, als je je vroegere vriendin of haar kind wilt terugvinden, de eerste stap is de (gratis) aanmelding bij het Contactregister. Dan weet je in ieder geval zeker, dat als de ander jou zoekt, je niet spoorloos bent, maar dat je gevonden wordt!

Marjo:

Toen ik thuis eindelijk durfde te vertellen dat ik in verwachting was, was ik al 7 maanden zwanger. Mijn vader was woedend en sloot mij dagen op in mijn kamer. Samen met de ouders van mijn vriendje maakten ze plannen, zonder mij er in te betrekken. Mijn vriendje mocht ik niet meer zien, die werd door zijn ouders meteen naar een kostschool gestuurd. Ik moest weg uit Haarlem, helemaal naar Limburg, om daar mijn zwangerschap uit te dragen en te bevallen, en er was geen sprake van dat ik mijn kindje kon houden. Nadat mijn zoontje geboren was, werd hij meteen meegenomen, gewikkeld in doeken, ik zag alleen wat donkere plukjes haar. Bidden en smeken hielp niet, ik kreeg hem niet meer te zien. Toen mijn ouders mij kwamen halen liet mijn vader mij allerlei papieren tekenen, waarmee ik officieel afstand deed van mijn zoon. Dit was in 1968. Sindsdien word ik verscheurd door twee gevoelens: het verlangen mijn zoon terug te zien en het schuldgevoel dat ik niet genoeg ben opgekomen voor wat ik zelf wilde, dat ik niet tegen mijn ouders in opstand ben gekomen, dat ik niet ben weggegaan met mijn zoon, al had ik niet geweten hoe. Ik hoop dat hij zich ook aanmeldt bij het Contactregister, dat hij ook wel eens aan mij denkt en wil weten wie ik ben.